Berlijn uit de hoogte

Berlijners heten andere Duitsers te zijn dan ‘gewone’ Duitsers. Ze zijn, net als Amsterdammers, niet gauw op hun mondje gevallen. Dat rauwe in het taalgebruik schijnt hoofdstedelingen eigen. En uit de hoogte zijn ze al helemáál niet, daar in Berlijn. De levensinstelling van ‘doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg’ weerspiegelt zich dan ook in het karakter van de Duitse hoofdstad: rechttoe, rechtaan met af en toe een uitschieter in de hoogte. En die hebben allemaal hun eigen karakter, charme, geschiedenis en uitzicht.

De Funkturm is er een van. Wie Berlijn ooit over de stadsautobaan, de Avus, is binnengereden, heeft hem aan de linkerkant van de weg zien staan. Het is net de Eiffeltoren, alleen een stuk kleiner, maar altijd nog 138 meter hoog.

Het bouwwerk werd in 1926 voor het eerst uit hout opgetrokken en door Albert Einstein geopend, maar brandde in 1935 af en werd in 1951 in een stalen uitvoering heropgericht. Het is jammer dat de Funkturm wordt omsloten door een aantal gebouwen van de Berlijnse jaarbeurs. De bezienswaardigheid is daardoor niet rechtstreeks, maar alleen via een doorgang in een van de jaarbeurshallen bereikbaar. De moeite om er te komen wordt beloond met een vorstelijk uitzicht op 125 meter hoogte en een comfortabel restaurant op 55 meter.

Geschiedenis

De geschiedenis van de mast is nauw verbonden met het ontstaan van radio en televisie in Duitsland. Ooit kwam hier de eerste ultrakortegolfuitzending ter wereld vandaan, maar de antenne die tegenwoordig bovenop de Funkturm staat en tot 150 meter reikt, wordt alleen voor politiecommunicatie gebruikt.

Minder comfortabel om boven te komen dan de lift van de Funkturm is de trap van de Siegessäule aan de Grosser Stern. In de stralende zon van deze bitterkoude en heldere maartse dag is het bronzen beeld van Victoria al op grote afstand te zien. De dame die herinneringen moet oproepen aan de zegetochten van de Pruisen tegen Denen, Fransen en Oostenrijkers, wordt in de volksmond ‘Goud Elsje’ genoemd.

Het geheim van het aantal te beklimmen treden wordt op een bord bij de ingang verraden: 285 stuks. Komende en gaande bezoekers kunnen elkaar op de wenteltrap naar het 53 meter hoge platform maar net passeren. Kurt uit München was hier ook al eens, evenals Dave uit Detroit. Op de muur staan nog veel meer handtekeningen en boodschappen van hen die eerder de Siegessäule beklommen.

De voeten van Victoria kunnen boven op het platform bijna worden aangeraakt. Een blik naar beneden doet vermoeden dat alle Berlijners zijn overgestapt op het merk Dinky-Toys. Het dichte traliewerk dat bezoekers moet behoeden voor onomkeerbare daden, lijkt gemaakt voor leeuwen. Niet een opkomend gekooid gevoel, maar de koude noopt hier tot een snel vertrek.

Buiten wachten voor de Rijksdag om toegang te krijgen tot de Koepel is bij deze temperatuur ook niet alles, maar hier delen we met een paar honderd andere geïnteresseerden het lot. Trek er gerust maar een half uur voor uit. De wachttijd heeft te maken met de strenge veiligheidscontrole: het is alsof u het vliegtuig ingaat.

Op het dak van de Rijksdag creëerde Sir Norman Foster zijn meesterwerk. Misschien geeft de wandeling naar boven u ook het gevoel van zeebenen. Heel merkwaardig. En boven: wat een uitzicht.

Minstens zo spectaculair, maar gegarandeerd minder druk, is het panoramapunt van de Potsdamer Platz. De attractie is ongeveer een jaar open, maar nauwelijks nog bekend. Berlijns jongste ‘hoogtepunt’ staat dan ook slecht aangegeven.

Om het westen van de stad als vanouds met het oosten te verbinden werd na de val van de Muur, in dit niemandsland uit de Koude Oorlog, een nieuw stadsdeel neergezet. Het bestaat uit twee centra: het Daimler-gedeelte en het Sony-gedeelte, vernoemd naar de firma’s die er vele miljarden in investeerden. De stad had geen geld, maar verzon wel een uitstekende list.

In het bakstenen gebouw, het middelste van de drie, is de snelste lift van Europa aangebracht, die de bezoeker in twintig seconden naar een hoogte van 90 meter schiet. Dat komt neer op 8,5 meter per seconde. Even slikken dus, om geen last van de oren te krijgen. De liftboy kauwt om die reden de hele dag kauwgom.

Vlak naast de Potsdamer Platz springt een enorme ballon in het oog. Bij gunstige weersomstandigheden, hetgeen wil zeggen weinig wind, wordt de met helium gevulde ‘Hi-Flyer’ aan een kabel opgelaten. De gasten die toegang krijgen tot het mandje, moeten beneden een aanzienlijk bedrag betalen, maar dan is het uitzicht boven ook ‘gratis’, zoals de kaartjesverkoper met gevoel voor commercie weet te melden. Er kunnen per keer maximaal dertig mensen mee, die een kwartiertje op 150 meter hoogte, tussen hemel en aarde, blijven hangen.

Het ouderwetse benenwerk wordt weer gevraagd in de Berliner Dom, een van de pronkstukken van de Duitse hoofdstad. Velen bekijken alleen de kerk, maar ook een torenrondgang is vanwege het mooie uitzicht over Unter den Linden en de Lustgarten aan te raden. O, hoe anders dan Hamburg.

Prestigeobject

Het meest bezochte uitkijkpunt van Berlijn is de Fernsehturm bij de Alexanderplatz. Het was een prestigeobject van de voormalige machthebbers in oost, die het decadente westen een poepie wilden laten ruiken. De gigantische mast van 368 meter hoogte werd tussen 1965 en 1969 gebouwd. Het is gezellig eten en drinken in het restaurant, dat zich op 207 meter hoogte bevindt en is voorzien van een draaiende vloer. Tijdens de maaltijd ziet u de stad aan u voorbij komen. Op de aparte uitzichtetage verduidelijken borden de omgeving. Bij mooi weer zijn de starts en landingen op de drie Berlijnse vliegvelden – Tegel, Tempelhof en Schöneberg – goed te volgen.

‘Berlijn uit de hoogte’ is niet compleet zonder ook de Glockenturm, nabij het Olympisch stadion, te hebben genoemd. Onze tocht erheen was dit keer vergeefs, want de wintersluiting geldt tot 1 april. In het gebouw is een kamer bewaard gebleven zoals dictator A.H. die liet inrichten ter gelegenheid van de Olympische Spelen van 1936.

Berlijners mogen dan bekend zijn, zo u wilt berucht, vanwege hun ‘Schnauze’ (grote mond), er zijn er ook met een klein hartje. Dat werden we gewaar bij de Grunewaldturm in het gelijknamige bos in het westen van de stad.

Menig romanticus voerde hier zijn of haar geliefde naar boven, een oncomfortabele tocht over 204 treden, om de partner op het open platform te verrassen met een rijk gedekte tafel voor twee personen, inclusief champagne. Het grapje kost wel wat, maar gaat de liefde niet door de maag?

Nu was het er stil en eenzaam. Alleen wat duiven zochten er bescherming tegen de kou. Heel dicht bij elkaar, net zoals die andere tortelduiven dat plegen te doen.