Sofia bloeit op

Er ontstaat geen stad, dorp of nederzetting bij toeval. Op z’n minst is er eens een keer een zonderling geweest die zich als bij een plotselinge ingeving juist op deze plek wilde vestigen en – zoals wel meer gebeurt bij lieden die uit de pas lopen – wat aanhangers met hetzelfde inzicht kreeg.

Meestal echter liggen meer zwaarwegende grondslagen aan de basis van het metselen van de eerste steen. Een adellijk heer bijvoorbeeld, zal bij het optrekken van zijn burcht wat overzichtelijk te werk willen gaan, reden dan ook dat hij altijd zo hoog woont. Een herbergier daarentegen zal graag een plaats kiezen waar wel eens iemand voorbijkomt en zo is het ongeveer met de totstandkoming van de huidige Bulgaarse hoofdstad Sofia gegaan. Haal de kaart er maar bij en trek de lijnen op de Balkan. Van Wenen naar Istanboel, van de Zwarte Zee naar de Adriatische Zee en van de Donau naar de Egeïsche Zee. En zie, het snijpunt is Sofia.

Krijgsheren

Dat hadden krijgsheren en handelaren al vroeg door en dus werd er wel eens slag geleverd, want wie wil er nu niet zo’n profijtelijk plekje in handen hebben? Met de heersers veranderde ook de naam, al hadden vooral de Romeinen het met Sredec (‘plaats in het midden’) bij het goede eind. Grote delen van dat Sredec spelen het huidige Sofia trouwens nog parten, want ze willen hier de metro uitbreiden en dan moeten er wat ruïnes worden opgeruimd en daar is lang niet iedereen blij mee. Die ondergrondse spoorweg is trouwens een verhaal op zich. Dertig jaar heeft het communistische regime getracht een lijntje van tien kilometer te realiseren, om tenslotte een onontwarbare bouwput achter te laten.

Niet dat na het vertrek van de vroegere machtshebbers de stations onmiddellijk konden worden geopend, maar de laatste zes jaar heeft Sofia eindelijk een burgemeester die van wanten weet en hij slaagde waar anderen faalden. En passant liet hij ook de boulevards opnieuw bestraten en voegde daar nog enkele andere reinigende werkzaamheden aan toe. Er gaan al stemmen op om over twee jaar, als zijn ambtstermijn definitief af dient te lopen, voor hem een uitzondering te maken.

Misschien kan hij dan ook nog meemaken dat de Nevski-kathedraal geheel gerenoveerd weer uit de steigers verrijst. Het mooiste kerkgebouw van de 20e eeuw op de Balkan, neergezet als eerbetoon aan de gevallen soldaten in de Russisch-Turkse oorlog van 1878-1879, waarbij Bulgarije van het Osmaanse rijk werd losgemaakt, was hard aan een opknapbeurt toe en dat geldt voor nog wel een paar andere pandjes in de stad. Een bekwaam restaurateur kan in Bulgarije zijn werkzaam leven vullen zonder ooit van stad of zelfs maar van gebouw te veranderen.

Het is opvallend dat de zeven miljoen Bulgaren die niet in Sofia wonen weinig goede woorden overhebben voor hun hoofdstad. Zij vinden het maar een rommelig gebeuren waarin weinig lijn valt te ontdekken en vergeten daarbij dat we hier wel degelijk te maken hebben met het culturele middelpunt, dat na de bevrijding van het Turkse juk in minder dan een eeuw uitgroeide tot een miljoenenstad. Een bolwerk dat het communistische verleden zo snel mogelijk achter zich wil laten. Dat geldt trouwens voor het hele land.

Ik ben er nu ruim een week en trof alleen nog in een verafgelegen dorp een standbeeld aan van de heer Lenin die de oprichter van de Bulgaarse communistische partij de hand drukt. “Zeker vergeten”, zegt mijn gids.

Toch wemelt het overal van Russische helden op sokkels, maar die grijpen allemaal terug naar de Russisch-Turkse oorlog waaraan Bulgarije zijn zelfstandig bestaan heeft te danken. Trouwens, dat waren toen heel andere Russen. Nog niet eens communisten zelfs.

Dat Bulgarije in de lift zit, zie je op straat. De winkels liggen vol, de auto’s pruttelen minder en hier en daar wordt weer eens een kwast verf uitgesmeerd. Maar de burger, de man in de straat, is minder positief. Het gaat hem allemaal nog lang niet snel genoeg. Hij wijst op het werkloosheidspercentage dat officieel 60 procent bedraagt, maar dat algemeen hoger wordt ingeschat en uit de ramen van zijn afgrijselijke flat, die door de vroegere machthebbers is neergezet, ziet hij weinig vreugderijks opbloeien. Als hij zoals de meeste medeburgers ook zonder werk zit, zal hij het met omgerekend €50 ondersteuning per maand moeten zien te doen en mag hij zich gelukkig prijzen als hij nog ergens een stukje grond heeft om een kropje sla op te kweken.

Hij is echter nog altijd beter af dan een oude boer wiens land destijds door de partij werd afgenomen om er een collectief bedrijf van te maken en die het nu moet doen met een pensioentje van zo’n €30 per maand. Als hij geen liefhebbende kinderen of behulpzame buren heeft, is hij kansloos. Natuurlijk, het nieuwe bewind heeft hem zijn grond inmiddels teruggegeven, maar hij is te oud om een landbouwwerktuig te kunnen hanteren, zelfs in het onwaarschijnlijke geval dat hij een lening zou kunnen sluiten om zich een dergelijk werktuig aan te kunnen schaffen.

Goedkoop

Bulgarije is voor de bezoekers van buiten een goedkoop land, al weten ze in de grotere steden als Sofia en Plovdiv inmiddels ook van wanten. Natuurschoon is echter gratis en dus onbetaalbaar. Er is in Bulgarije een ongelofelijke hoeveelheid van.

Ga er vooral niet zelf autorijden, want verkeersborden ontbreken vrijwel overal en als ze er zijn, wordt de route uitgelegd in cyrillisch schrift, een alfabet dat weinig Nederlanders machtig zijn.

Het maakt van Bulgarije in meer dan een opzicht een geheimzinnig en raadselachtig land.