DE ZANDWAAIER Liefde voor de duinen

We zijn toevallig allemaal op onze eigen manier verliefd op de natuur. Sterker nog, laatst heeft u ongetwijfeld een stukje door de polder gefietst en onlangs kuierde u nog een kilometer of wat door het bos. Nou, onlangs, het kan ook vorig jaar zijn geweest. Of het jaar daarvoor. Zulke zaken hou je natuurlijk niet bij in je agenda.

Het oude gebouw van de Haarlemse Waterleidingen is een uitstekende locatie voor het informatiecentrum. En strandwandelingen? Ook gek op zeker? In contactadvertenties worden altijd partners gezocht die daar een schrijnende behoefte aan moeten hebben. Vooral in de winter, want dan zoek je kennelijk meteen warmte bij elkaar.

Nu is dat toevallig de periode dat ikzelf nog wel eens aan de voor mij zeer nabij gelegen kustlijn verschijn. Zonder er ooit een sterveling aan te treffen trouwens. De mensen houden niet meer van elkaar. Met alles wat groeit en bloeit is onze verhouding gelukkig een stuk inniger. Lieden die in gehorige caravans schouder aan schouder op de camping staan, roemen het gekwinkeleer der vogels als ze ‘s morgens naar het douchehok huiveren en schatten het aanpalende woud in als de meest rustbrengende bron van hun bestaan.

Dat moet vooral zo blijven trouwens. Geen kwaad woord erover. Een gezinnetje in een duinpan kan best het summum van geluk zijn. En van mij hoeven ze echt niet precies te weten hoe alle gewassen heten en als ze een kraai met een ekster verwarren, vind ik het ook prima.

Maar het kan wel anders natuurlijk. Daarom doen bijna alle instellingen die natuurgebieden beheren er tegenwoordig een fors brok educatie bij in de vorm van een informatiecentrum. Daar valt op te steken wat de geschiedenis van het gebied is en wat je onderweg zoal tegen kunt komen.

Botaniseertrommel

Het Nationaal Park Zuid-Kennemerland doet het in ‘De Zandwaaier’ niet anders. In het uit 1898 stammende voormalige machinegebouw van de Haarlemse Waterleidingen is uiteraard een permanente tentoonstelling en tot 1 september ook een expositie ‘100 jaar natuurliefde in Kennemerland’ ingericht. Ik tref er nog zo’n ouderwetse botaniseertrommel, een rond geval dat je eigenlijk meer op de buik van een soldaat zou verwachten. Hij diende echter om bijzondere plantjes in te stoppen om ze thuis te gaan determineren. Dat zal inmiddels wel verboden zijn, want als je tegenwoordig in het vrije veld iets plukt, zwaait er wat. Je moet overal met je handen vanaf blijven.

Onder het motto ‘Uw eigen rol’ wordt de bezoeker in Overveen gewezen op zijn eigen verantwoordelijkheid, want als je precies wenst te weten hoe rupsen zich gedragen, is het een goede zaak zelf eerst eens voor de spiegel te gaan staan. Verder dan het rijmpje over de schillen en de dozen zijn de meeste mensen nu eenmaal niet gekomen.

In de vitrines liggen ook wat werkjes die het volk de afgelopen eeuw wat wijzer hebben moeten maken. Het jubileumnummer van 15 december 1941 van ‘Naturel’, dat verder wel niet veel te vieren zal hebben gehad. En ook ‘Wat vind ik in de duinen?’, een ongetwijfeld nuttige uitgave in die tijd die echter niet meer voor mij geldt. In mijn jongensjaren vond ik er voornamelijk bunkers en oorlogstuig. Het was er zeer streng verboden toegang en we waren er dus niet weg te slaan. Af en toe vloog er wel eens een buurtgenootje de lucht in, maar dat was nou eenmaal niet anders. Als je bij uitzondering eens gewoon over straat liep en je hoorde in de verte een ontploffing, dacht je alleen maar: “Daar gaat er weer een.” Maar dat zal dr. W.J. Prud’Homme van Reine, getuige de omslag van de schepper van ‘Wat vind ik in de duinen?’, wel niet hebben bedoeld.

Vlinder

In ‘De Zandwaaier’ tref ik aan de muur ook een bordje met ‘Grote vos, uitgestorven’. Er is dan ook niets te zien. Mijn fout. Bedoeld wordt een reusachtige vlinder die even verder is afgebeeld. Het woord ‘vos’ gaat trouwens voor meer diersoorten op. Een paard met een bepaalde kleur wordt bij mijn weten ook zo genoemd.

De boswachter zal het allemaal wel weten en als u hem niet in een tuin treft, kunt u iedere woensdagmiddag van twee tot vier in het informatiecentrum terecht waar hij – net als de dokter – spreekuur houdt. Ongetwijfeld kan hij dan ook wat vertellen over de tientallen andere activiteiten die zeker ook met een blik op de jeugd, allemaal worden georganiseerd. Er is altijd wel wat te doen. Wat te denken van een vlindertocht. Je zou zeggen dat die aardige diertjes maar wat aanfladderen en verre van honkvast zijn. De excursieleiders weten ze echter altijd te vinden en met de vogels, wormen en libellen is het niet anders.

Fietsen naar natte duingebieden kan ook onder leiding en op datzelfde voertuig kan worden meegedaan met een tochtje dat tot doel heeft roofvogels op te sporen. Een gezinsexcursie naar de Hekslootpolder waar ‘waterbeestjes’ onder de loep worden genomen, behoort ook tot de mogelijkheden en een andere keer staan eikels, bessen en noten op het programma.

In ‘De Zandwaaier’ zelf hoef je het trouwens ook niet bij kijken alleen te laten. Er staan hometrainers en een loopband die je maar in beweging hoeft te brengen om door een bril naar steeds weer een ander landschap te kunnen kijken. En in de kelder zijn er diorama’s met opgezette beesten. De fazant staat er wel erg florissant bij en ze moeten hem maar goed bewaren, want in het duingebied zelf zie je ze bijna niet meer. De vossen vreten ze allemaal op en met de andere grondbroeders is het niet anders. In milieukringen wordt hard geredetwist of Reintje misschien een beetje beter aan het lijntje moet worden gehouden, maar voorlopig is het resultaat dat hij beschermd blijft en inmiddels bij kampeerders uit de hand eet en in buitenwijken de vuilnisbakken afstruint.

“Je moet de natuur zijn gang laten gaan”, zeggen sommige kenners. Maar ja, dan was ‘De Zandwaaier’ er ook nooit gekomen. Om nog maar te zwijgen van de prachtige fiets- en wandelpaden in het park.

Alleen, ik heb er dit jaar nog geen gebruik van kunnen maken en vorig jaar? Toen was het geen weer, dat weet u.