Wegdromen in de ‘Belgische Provence’

Nauwe straatjes, stenen huisjes met oude ronde dakpannen en overal kleurrijke bakken met bloemen en planten. Wie een middagje door het pittoreske en prachtig gerestaureerde Torgny wandelt en over de golvende velden tuurt, waant zich soms even in de Provence.

Hoewel Frankrijk in de verte gloort bevinden we ons echter ‘gewoon’ in België. Niet in Vlaanderen of de Ardennen maar in de kleine en helemaal onder in het land weggestopte Gaume, waar een aangenaam microklimaat letterlijk voor een warme ontvangst zorgt.

Wie de wildstromende riviertjes en rotspartijen van de Ardennen kent, moet wellicht even wennen bij het zien van de glooiende heuvels in het zuidelijkste puntje van België. Het zijn echter juist deze ‘cuesta’s’ die de streek haar bijzondere karakter geven en de temperatuur in de zomer – het is echt waar – heerlijk enkele graadjes extra doet oplopen.

Lager gelegen dan de rest van Franstalig België en daardoor tegelijk beschermd tegen de regenbuien en frisse noordenwinden is het ook in de herfst heerlijk toeven in stadjes als Virton, Montquintin en vooral het rustgevende Torgny, vlakbij het drielandenpunt met Frankrijk en Luxemburg.

Een wandeling door het dorpje met zijn kalkstenen huizen en rode daken geeft een bijna middeleeuws gevoel. Niet voor niets draagt dit pareltje van de Gaumestreek de titel ‘mooiste dorpje van Wallonië’. Bijna elke blik in de hobbelige straatjes is goed voor een ansichtkaart.

Vooral de stilte die in het dorpje heerst, geeft een heerlijke rust. Al zorgen enkele winkeltjes en kleine cafeetjes voor een beetje afwisseling. Met La Grappe d’Or herbergt het piepkleine plaatsje bovendien zelfs een sterrestaurant.

Want culinair genieten kan natuurlijk ook in de ‘Belgische Provence’, dat voor de meeste Nederlanders slechts drie uurtjes rijden is. Tot de streekgerechten behoren onder meer ‘Le Paté Gaumais’ – een malse vleestaart – en ‘La Touffaye’, een voedzame maar ook zalige schotel van aardappelen, uien, spek en varkensreuzel.

Bierliefhebbers mogen uiteraard een bezoek aan de beroemde brouwerij van Orval, een van de zes officiële Belgische trappistenbieren, niet overslaan. In taverne L’ange Gardien, pal naast de brouwerij, kun je volop proeven van de in de abdij gemaakte kaas en het – in wellicht in het mooiste Belgische bierglas geschonken – Orval bier.

Ook iets verder naar het noorden zijn het nog steeds de als een rollercoaster voortrollende heuvels die het beeld bepalen en vanuit plaatsjes als Florenville en Chassepierre prachtige vergezichten geven langs de vallei van de Semois, die prachtig door het landschap meandert. Op de soepel stromende rivier is het in het voorjaar en de zomermaanden dan ook heerlijk kanoën langs de dorpjes en campings van de Gaume, die langzaam ook door steeds meer Nederlanders ontdekt worden.